Vragen over mazelen

04-04-2019

Momenteel bereiken ons vragen over het standpunt t.a.v. de vaccinatie mazelen. Dit naar aanleiding van de berichtgeving in de pers op 04 april 2019;

Meedoen met het Rijksvaccinatieprogramma is in Nederland niet verplicht. De Bmr-prik die bescherming biedt tegen de bof, mazelen en rodehond wordt pas gegeven met 14 maanden. Jongere baby’s zijn dus bevattelijk voor mazelen.

Er gaan stemmen op om kinderopvangcentra de mogelijkheid te geven om niet-gevaccineerde kinderen te weigeren. D66 stelde onlangs een wetswijziging voor die dit makkelijker moet maken. Deze wetswijziging heeft nog niet tot een uitspraak geleid. Weigeren mag nu niet.

Binnen Ons Kindbureau is er een hoge vaccinatiegraad. Dit wordt bij de intake aan ouders gevraagd. Wij weigeren echter kinderen niet. Dat zou discriminatie van godsdienst of levensovertuiging zijn. Weigeren mag nu niet.

 

Zodra er binnen onze locaties sprake is van een kinderziekte dan wordt dit gemeld aan ouders en aan de GGD. Dit om de juiste maatregelen te kunnen nemen.

Hieronder vindt u informatie zoals op 04 april 2019 in de Volkskrant verschenen is:

1.            Hoe zit het met de vaccinatiegraad op de kinderopvang?

Kinderdagverblijven worstelen ermee, zegt René Loman, woordvoerder van Brancheorganisatie Kinderopvang. ‘Bij de intake op een kinderdagverblijf wordt, naast andere relevante gezondheidsgegevens over bijvoorbeeld allergieën, gevraagd of het kind het Rijksvaccinatieprogramma volgt. Maar ouders zijn niet verplicht hier antwoord op te geven.’ Hij pleit dan ook voor duidelijke richtlijnen vanuit de overheid op dit dossier. De brancheorganisatie beschikt in ieder geval niet over gegevens over de vaccinatiegraad op specifieke kinderopvangcentra, aldus Loman.

‘Een kinderopvang registreert vaak wel of kinderen wel of niet deelnemen aan het Rijksvaccinatieprogramma, maar er is op dit moment nog geen regeling die stelt in hoeverre kindercentra die gegevens openbaar moeten of mogen maken’, zegt Helma Ruijs, arts infectieziektebestrijding bij het RIVM.

In de praktijk blijkt het per organisatie te verschillen of ouders wel of niet ingelicht worden over niet-gevaccineerde kinderen op hun opvang. Bij een rondgang van de Telegraaf vorig jaar gaf de ene kinderopvangorganisatie aan hier ouders wel over te informeren, terwijl een andere de privacy zwaarder vindt wegen en er om die reden dus geen uitspraken over doet.

‘De vaccinatiegraad op een kindercentrum zegt ook niet alles over de kans dat je kind daar mazelen oploopt’, benadrukt Ruijs. Omdat de bmr-prik pas bij 14 maanden wordt gegeven, zijn tot die leeftijd vrijwel alle kinderen niet beschermd. ‘Tot die leeftijd kunnen dus alle kinderen in het buitenland mazelen oppikken en vervolgens verspreiden op de kinderopvang.’ Zelfs op een crèche waar alle baby’s en peuters braaf het Rijksvaccinatieprogramma volgen, is de kans op een mazelenuitbraak dus nooit helemaal uit te sluiten.

2.            Kunnen kinderen die bmr-prik dan niet eerder krijgen?

‘In Nederland is ervoor gekozen om kinderen met 14 maanden de BMR-vaccinatie te geven, omdat die het beste werkt vanaf 1-jarige leeftijd’, legt Helma Ruijs van het RIVM uit. ‘Vanaf 6 maanden kan er een vervroegde vaccinatie worden gegeven, maar dan is de werkzaamheid op lange termijn minder goed.’

 

Bij een vervroegde bmr-prik vóór het eerste levensjaar moet de inenting met 14 maanden sowieso nog eens herhaald worden. Maar zelfs dan, zegt Ruijs, is de bescherming op lange termijn iets minder dan wanneer de standaardleeftijd van 14 maanden voor de eerste prik wordt aangehouden. ‘Het moet dus worden afgewogen tegen het risico dat een kind op dát moment loopt. Als dat minimaal is, dan liever niet.’

Overigens zijn mazelen in Nederland een meldingsplichtige ziekte, zegt Miranda de Haan van de GGD Haaglanden. Dat betekent dat zodra een arts de besmetting constateert, de GGD wordt ingelicht. Die start vervolgens een onderzoek om te achterhalen waar de bron van de besmetting zit en wie er allemaal mogelijk aan de ziekte zijn blootgesteld. ‘Kinderen vanaf 6 maanden kunnen dan inderdaad vervroegd gevaccineerd worden’, zegt De Haan. ‘Er wordt per geval bekeken of dat zin heeft, want het kan tot maximaal drie dagen nadat er contact is geweest met een mazelenpatiënt.’